Staat uw vraag hier niet bij? Mail uw vraag dan naar Peter-Jan Mol, adviseur NISB.
- Wat te doen aan excuses om niet aan activiteiten mee te doen?
-
Diëten is niets voor mij
Het gaat niet zo zeer om een rigide wijziging. Kleine aanpassingen zoals het eten van fruit tussendoor in plaats van een koek, of een handje chips ipv een hele zak, dunner belegde boterhammen kunnen op de lange termijn een groot verschil maken.
-
Ik heb gezondheidsproblemen en ik weet niet of bewegen wel goed is voor mij
Veel gezondheidsproblemen verbeteren juist door regelmatig te bewegen. Wie twijfelt kan natuurlijk altijd een huisarts vragen of de activiteit geschikt is.
-
Ik moet nog even iets afmaken
Werk afmaken kan ook na de activiteit. Als mensen afspraken hebben, maken ze ook niet eerst hun werk af voordat ze naar de afspraak gaan. Als de activiteit als een afspraak gezien wordt, kunnen mensen daar in hun werkplanning rekening mee houden.
-
Ik beweeg al voldoende
Zeker wanneer het medewerkers betreft die werkzaam zijn in de productie bestaat het gevoel de gehele dag lichamelijk actief te zijn. Belangrijk hierbij is om het daadwerkelijk beweeggedrag te meten, vaak wordt dat overschat. Halen ze echt die 30 minuten per dag? Voor mensen met overgewicht wordt zelfs 60 minuten per dan aanbevolen. Als mensen nagaan hoeveel ze nou echt bewegen, valt het toch vaak tegen (doe de test op www.beweegtest.nl). Bovendien is om fit te blijven meer beweging nodig.
Wellicht zit het wel goed met de beweegcomponent, maar is nog winst te behalen in het consumptiepatroon. Vaak eten medewerkers op de productvloer (vooral in koude ruimte) ‘steviger’ en daarom is het belangrijk om ook het consumptiepatroon onder de loep te nemen.
-
Het regent vaak of het weer zit op een andere manier tegen
Een veel gehoord argument om niet naar het werk te fietsen en niet te lunchwandelen. Het regent slechts 7% van de tijd in Nederland. Als het dan toch regent, is een paraplu of een regenjas vaak een oplossing.
-
Ik heb geen goede kleding
Dit mag maar een keer een bezwaar zijn. Neem lekker zittende kleiding en schoenen mee naar kantoor en laat het daar achter.
- Gezondheidsmanagement in bedrijven
-
Gezonde producten in de kantine worden niet gekocht.
Dat hangt af van de presentatiewijze en voor welk bedrag ze aangeboden worden. Het helpt om medewerkers in de kantine te informeren over het aantal calorieën in vergelijking met andere producten. Of informeer medewerkers over de inspanning die ze moeten leveren om een consumptie te compenseren. Hoelang je bijvoorbeeld moet hardlopen om een broodje kroket te verbranden.
-
Sporten levert blessures op en dus ook verzuim.
Een hardnekkig misverstand: uit wetenschappelijk onderzoek blijkt steeds weer dat het (geringe) verzuim door sportblessures ruimschoots gecompenseerd wordt door het lagere overall verzuim van sporters. Natuurlijk is het herhaaldelijk uitvallen van een werknemer door een sportblessure bijzonder ongewenst, maar blessurepreventieve maatregelen zijn
hier de oplossing (zie www.sport.nl/sportblessurevrij) en zeker niet het ontmoedigen van sporten.
-
Kan ik niet beter wachten tot precies duidelijk is welke interventies effectief zijn?
Dat is inderdaad verleidelijk. Toch is het niet slim. Terwijl u afwacht, wordt het probleem alleen maar groter. En intussen voelt u de kosten van verhoogd verzuim en lagere productiviteit ook in uw portemonnee. Als u samen met uw werknemers een gecombineerde aanpak van gezond eten en gezond bewegen kiest en uitvoert, bent u zeker goed bezig! Kijk hier voor de mogelijkheden.
-
Alles wat ik organiseer trekt toch vooral diegenen die al actief zijn, dat is toch weggegooid geld?
Bewegingsprogramma’s blijken ook deelnemers te trekken die nog niet actief waren. Door het aanbieden van een gevarieerd en breed pakket aan bewegingsactiviteiten kunt u het voor een groot deel van de medewerker aantrekkelijk maken om mee te doen.
-
Worden we van wandelen echt gezond? Moet iedereen niet gaan fitnessen?
Om gezondheidswinst te behalen, is stevig doorwandelen al voldoende. Wie daarnaast zijn hartvaatstelsel in goede conditie wil houden, moet inderdaad intensiever gaan bewegen. Eigenlijk geldt (tot een zekere grens): meer bewegen is altijd beter. De grootste gezondheidswinst is echter te boeken bij diegenen die niet of nauwelijks bewegen.
-
Op mijn bedrijf wordt al zoveel bewogen, waarom zou ik me hiermee bezig houden?
Ook in bedrijven waar al veel bewogen wordt is een ‘beweegbeleid’ renderend: vaak is deze beweging namelijk eenzijdig, belastend of langdurig, met alle kans op uitval door rug- en RSI-klachten. Een samenhangende aanpak kan juist in deze gevallen zeer winstgevend zijn.
-
Voor kleine bedrijven is een duur fitnessprogramma toch niet haalbaar?
Het is absoluut niet nodig om hoge kosten te maken om een goed beweegbeleid in een kleine onderneming van de grond te krijgen. Fietsen naar het werk, lunchwandelen, meer gebruik maken van de trap zijn voorbeelden van beweegactiviteiten die u (vrijwel) niets kosten en toch een hoog rendement kunnen opleveren.
- Informatie over bewegen
-
Voldoende bewegen, hoeveel is dat?
De Nederlandse norm voor gezond bewegen om een goede gezondheid te behouden:
- Dagelijks 30 minuten matig intensieve lichaamsbeweging (minimaal 5 dagen in de week).
Wandelen of fietsen in een vlot tempo is al goed en de 30 minuten mag verspreid worden over de dag in porties van tenminste 5 minuten. Voor maximaal effect zijn intensieve vormen van bewegen aan te raden zoals nordic walking, hardlopen en zwemmen. - Voor kinderen, jongeren en mensen met overgewicht is de norm 60 minuten (minimaal 5 dagen in de week).
Ruim 40% van de werkende Nederlanders voldoet niet aan deze norm voor gezond bewegen.
De helft van de Nederlanders woont nog geen acht kilometer van het werk, maar slechts een kwart daarvan pakt de fiets. Daar is dus ruimte voor verbetering.
- Dagelijks 30 minuten matig intensieve lichaamsbeweging (minimaal 5 dagen in de week).
-
Wat is de energiebehoefte?
De gemiddelde dagelijkse energiebehoefte voor een vrouw is 2000kcal per dag, voor een man 2500 kcal per dag.
- Informatie over overgewicht
-
Hoe zit het eigenlijk met de rol van erfelijke aanleg van overgewicht? Daar is toch niets aan doen?
Inderdaad zijn er verschillende genen die te maken kunnen hebben met een overgewicht. Hoe dat precies in elkaar zit, is helaas nog niet bekend. Maar onze genen zijn de afgelopen decennia niet veel veranderd terwijl we wèl veel zwaarder geworden zijn. De oorzaak daarvan ligt in ons gedrag. Het stimuleren van gezond gedrag heeft dus zeker zin!
-
Wat is de oorzaak van overgewicht?
Een verstoorde energiebalans: energie in ≠ energie uit. Het lichaam moet de dagelijkse ingenomen calorieën (energie) verbruiken om gewichtstoename te voorkomen. Want als er meer gegeten wordt dan verbruikt, dan blijft er energie over dat wordt opgeslagen in de vorm van lichaamsvet. Het resultaat is gewichtstoename.
In de afgelopen decennia zijn zowel het eetpatroon als de inrichting van ons leven veranderd. Liften en roltrappen vervangen vaak de trap en de fiets maakt plaats voor de auto. Er zijn weinig prikkels die aanzetten tot bewegen en het tot je nemen van calorieën is gemakkelijk, met als resultaat: een ontwrichte energiebalans.
Bij de verstoring van de energiebalans kunnen vele factoren een rol spelen, zoals verkeerde eetgewoonten, erfelijke aanleg of weinig tijd om te sporten. Het eet- en beweeggedrag van mensen wordt bepaald door vele factoren. Deze bepalen samen de energiebalans.
Cijfers wijzen uit dat de gemiddelde Nederlander de afgelopen jaren 5% minder calorieën binnenkrijgt. Tegelijkertijd zijn we 20% minder gaan bewegen, met gewichtstoename tot gevolg.
-
Wat zijn de gevolgen van overgewicht?
Overgewicht brengt nogal wat consequenties met zich mee:
- Wat betreft de lichamelijke gesteldheid kunnen klachten aan voeten, knieën, benen en rug ontstaan door overbelasting.
- Ook kortademigheid, snurken, hoofdpijn, slaapstoornissen en huidinfecties zijn voorbeelden van ongemakken.
- Op de lange termijn brengt overgewicht nog veel grotere risico's met zich mee. Zeker als er sprake is van overgewicht bij kinderen. Jaarlijks leidt overgewicht tot circa 40.000 nieuwe gevallen van ouderdomsdiabetes, hart- en vaatziekten en kanker.
- Naast lichamelijke gevolgen kan overgewicht ook een behoorlijke invloed op het sociale leven hebben. Gevoel van buitengesloten zijn, schaamte en een negatief zelfbeeld zijn enkele voorbeelden.
Gezien deze opsomming laat het zich raden dat de gevolgen ook merkbaar zijn voor het bedrijfsleven. Er is sprake van productiviteitsverliezen door ziekteverzuim en vervroegde uittreding uit het arbeidsproces. De indirecte kosten bedragen naar schatting zo’n 2 miljard per jaar (uit: Nota overgewicht, 13 maart 2009).
-
Wie hebben vooral overgewicht?
- Mannen
- Ouderen
- Mensen met een lager opleidingsniveau
- Allochtonen
Ook komt overgewicht in sommige branches opvallend veel méér voor. Het gaat dan om:
- Voedings- en genotmiddelenindustrie
- Bouw en het installatiebedrijven
- Metaalindustrie
- Aardolie-, rubber- en chemische industrie
- (Openbaar) vervoer, transport en vrachtvervoer
-
Hoe vaak komt overgewicht voor?
Overgewicht komt veel voor, ook onder werknemers. Zo’n 40 procent van de mannen en 30% van de vrouwen in Nederland heeft overgewicht. Daarnaast heeft ongeveer 10% van de volwassenen obesitas (CBS, 2009). Bijna de helft van de Nederlanders heeft dus geen gezond gewicht. Twintig jaar geleden was dat nog één op de drie. De beschikbare gegevens wijzen op een stijgende trend die zich verder doorzet Het aantal neemt dus toe. Onderzoek heeft laten zien dat we, als we niets doen, ongemerkt een halve tot een hele kilo per jaar aankomen.
Eind 2006 waren er ruim 7,6 miljoen banen. Deze worden ingevuld door 3,4 miljoen mensen met overgewicht en door 840.000 door mensen met obesitas. Kortom, overgewicht heeft ook een effect op het werkgeverschap.
-
Wanneer is sprake van overgewicht?
Twee veelgebruikte manieren om te bepalen of iemand een gezond gewicht heeft, zijn de BMI en de buikomtrek.
1. Body Mass Index (BMI)
- Deze maat bepaald in hoeverre het gewicht bij de lengte past (=lichaamsgewicht gedeeld door het kwadraat van de lichaamslengte).
- Voor volwassenen geldt dat wanneer de BMI hoger is dan 25 er sprake is van overgewicht. Wanneer de BMI hoger is dan 30 is spreken we van obesitas (ernstig overgewicht).
- Wanneer volwassen een BMI van 18,5 of lager hebben, dan is sprake van ondergewicht. Bij een BMI van 17 of lager spreken we over extreem ondergewicht. Ook ondergewicht heeft nadelige gevolgen voor de gezondheid, bijvoorbeeld voor de vruchtbaarheid en voor de stevigheid van de botten. Gelukkig komt ondergewicht niet veel voor. Over de gevolgen van ondergewicht op het werk (productiviteit, verzuim) is nog weinig bekend.
- Als hulpmiddel om de BMI te bepalen kan gebruik worden gemaakt van de ‘BMI-meter’ op www.voedingscentum.nl.
2. Middelomtrek
- Met de middelomtrek wordt bepaald hoe de kilo’s zijn verdeeld over het lichaam. De buikomvang is een goede voorspeller van het risico op ziekten als gevolg van overgewicht.
- vrouwen: > 88 cm of meer is ongezond
- mannen: > 102 cm of meer is ongezond



