Woonzorginstellingen

Feiten en cijfers

Behalen van de beweegnorm door ouderen in instellingen

Er is maar een zeer kleine groep bewoners van verzorgings- en verpleeghuizen die voldoende bewegen volgens de beweegnorm: 14% in verzorgingshuizen en 4% in somatische afdelingen van verpleeghuizen (tabel 8.6). In vergelijking met zelfstandig wonende ouderen (53%) is dit zeer laag. Dit verschil kan grotendeels verklaard worden door de lichamelijke beperkingen en gezondheidsproblemen van instellingsbewoners. Verontrustender zijn de percentages inactieven: driekwart van de verzorgingshuisbewoners en negen van de tien verpleeghuisbewoners is inactief.

Voor ouderen in instellingen is recent een aparte beweegnorm ontwikkeld: zeven keer per week 15-30 minuten matig bewegen, waarbij het type activiteit is afgestemd op de persoon (Jans et al. 2008). Er zijn helaas nog geen gegevens beschikbaar over het beweeggedragvan ouderen in instellingen volgens deze norm.

Onvoldoende bewegen komt veel vaker voor onder ouderen in instellingen dan onder zelfstandig wonende ouderen. In instellingen bewegen vooral vrouwen met motorische beperkingen minder; leeftijd en opleiding van de bewoners zijn niet van invloed.

Bron: rapportage Sport 2010 SCP/ W.J.H. Mulier Instituut