Ruimte in Nederland is schaars. Ruimte om te sporten en spelen staat vooral in de stedelijke gebieden onder druk. Sport & recreatie moet concurreren met wonen en werken. Woningen en kantoren leveren meer geld op. De strijd om de ruimte treft alle welwillende burgers, maar vooral jeugd. Kinderen en jongeren hebben geen stem in de verdeling of inrichting van de openbare ruimte. Je ziet dat sportvelden naar de rand van de stad verdwijnen. Kinderen hebben weinig ruimte om veilig buiten op straat te spelen en sportparken kunnen effectiever worden bespeeld. Het streven naar veiligheid (in termen van minder overlast) beperkt de speelruimte van kinderen letterlijk en figuurlijk. De gemeente gaat over de inrichting van de openbare ruimte. Er ligt een belangrijke taak voor de gemeente om de regie te voeren op dit thema, dat verschillende sectoren treft (ruimtelijke ordening, welzijn, sport & recreatie, verkeersveiligheid, groen, etc.).
- Beleidsthema
-
Beargumentering van thema
Spelen is:
- Gezond. Kinderen kunnen buiten meer bewegen dan binnen. Kinderen die vaak buitenspelen zijn minder vaak ziek, kunnen hun energie kwijt, hebben minder blessures, werken onbewust aan hun conditie, hebben meer eetlust en vallen makkelijker in slaap. Buitenspelen kan een belangrijke rol spelen bij het terugdringen van overgewicht bij kinderen;
- Ontwikkeling. Met buitenspelen ontwikkelt een kind zich op fysiek, sociaal, cognitief, emotioneel en psychisch vlak. Grenzen verkennen! Minder stress;
- Samen leven. Sociale samenhang/ leefbaarheid in de wijk. Doordat kinderen buitenspelen vermindert de druk binnenshuis. Waardoor de kans op ruzie en mishandeling weer kleiner wordt. Vooral in lage SES gezinnen. Het wordt ook gezelliger in de buurt met kinderen op straat, ouders komen met elkaar in gesprek (sociaal netwerk). Kinderen leren omgaan met de regels van het samenleven. Leren op eigen benen te staan en problemen (gezamenlijk) op te lossen;
- Woongenot. Wijken met groen, goede buitenspeelmogelijkheden en voldoende verkeersveiligheid blijken een belangrijke factor in de waardering die bewoners hebben van hun woonomgeving (onderzoek ANWB, VROM, 2004). Minder snel verhuizingen;
- Band met natuur. Kinderen die veel kunnen spelen in natuurrijke omgevingen ontwikkelen makelijker een gevoel van verbondenheid en verantwoordelijkheid voor de natuur (Both, 2004).
-
Toekomstvisie
De inrichting van de straat en wijk beïnvloedt het sport- en spelgedrag van kinderen. Ondanks dat ruimte schaars is, is het noodzakelijk om speelruimte voor kinderen te creëren. De specifieke plekken die ingericht zijn als speelplekken voldoen dikwijls niet aan de behoefte en wensen van de jeugd. Denk aan de braakliggende trapveldjes en verwaarloosde speelplaatsen met de bekende wipkip. Er zijn bovendien plekken zoals schoolpleinen, die wel heel geschikt zijn om op te spelen en sporten maar die na schooltijd en in vakanties afgesloten worden, vaak uit angst voor overlast. Een goed aanbod van sport- en speelruimte vlak bij huis kan de meer concurrentie geven aan andere vormen van vrijetijdsbesteding (tv kijken, computer, andere hobby’s) zodat de jeugd meer buiten gaat spelen. Eén op de vijf kinderen speelt niet meer op straat. De verontrustende ontwikkeling op het gebied van overgewicht onder kinderen heeft ook hiermee te maken. Inmiddels heeft 1 op de 8 kinderen een vorm van overgewicht.
Om deze trends tegen te gaan zien we in gemeenten steeds meer van onderstaande speelruimtes:
- Krajicek playgrounds (www.krajicek.nl);
- Johan Cruyf Courts (www.cruyffcourts.nl);
- Zoneparcs (www.zoneparcs.nl).
-
Doelstellingen en resultaten
- Meer betrokkenheid en veiligheid in de wijk (leefbaarheid) door speelruimte in de wijk;
- Meer (formele en informele) speelplekken in de wijk (afgestemd op leeftijdsopbouw in de wijk);
- Goede spreiding van (formele en informele) speelplekken in de wijk (afgestemd op leeftijdsopbouw in de wijk);
- Kwaliteit sport- en speelruimte moet zo zijn dat ze de jeugd uitnodigt tot bewegen;
- Bij (her)inrichting van de openbare ruimte (gebiedsontwikkeling) het belang van sport en sportieve recreatie voldoende laten meewegen bij de invulling van streek- en bestemmingsplannen en de verdeling van middelen voor (sport)accommodaties;
- Stimuleer en schep voorwaarden door de ongeorganiseerde sport door bijvoorbeeld openbare speelruimtes en schoolpleinen zodanig in te richten dat ze uitnodigen tot sport en bewegen.
-
Resultaten
- x-aantal/ percentage burgers/jeugd is actief in zowel georganiseerd als ongeorganiseerd verband;
- In vooraf bepaalde probleemwijken ervaart men een betere leefbaarheid (veiligheid, betrokkenheid) ten opzichte van nul-meting;
- Minimaal 3% van de bebouwbare grond is bestemd voor speelruimte (let wel op kwaliteit van die ruimte en in dichtbevolkte gebieden moet het meer dan 3 % zijn!).
-
Activiteiten en middelen
- Inrichting (bestemmingsplannen) met meer sport- en speelruimte (bijv. Cruyffcourts, Krajicek playgrounds);
- Openbaar maken schoolpleinen;
- Schoolpleinen herinrichten (zoneparcs);
- Realiseren voldoende sport- en speelruimte in de school;
- Speeltuinverenigingen;
- Samenwerking met sportverenigingen en andere partners, zoals scholen en opvangorganisatie;
- Openbaar maken van sportparken (efficiënter gebruik).
-
Monitoring en evaluatie
- Sport- en beweegscan (www.nisb.nl);
- 'Ruimte voor sport' scan van NOC*NSF (www.sport.nl);
- Scans voor beoordeling leefbaarheid in de wijk (Centra Maatschappelijke Ontwikkeling).
-
Handige tips
Niet altijd is de aanleg van nieuwe speelterreinen noodzakelijk. Met beperkte middelen en mogelijkheden kunnen bestaande speelterreinen al zodanig worden ingericht dat ze kinderen uitdagen om te bewegen. Wees creatief!
-
Inspirerende voorbeeldprojecten
- Speeldernis in Rotterdam (www.speeldernis.nl);
- Gemeente Venlo: beleidsvisie 'Ruimte voor sport', gereed eind 2008 ( www.venlo.nl);
- VNG, jeugd in opebare ruimte (www.vng.nl);
- Meer voorbeelden op www.childfriendlycities.nl (oa. Delft, Heerhugowaard, Eindhoven, Gouda, Zaanstad).
-
Mogelijke samenwerkingspartners
- Platform Ruimte voor de Jeugd (Jantje Beton, NJI, NUSO, 3VO, Scouting Nederland, NISB, en diverse speelruimteontwerpers en adviseurs), zie www.ruimtevoordejeugd.nl;
- NOC*NSF (thema Ruimte voor sport, Nederland in Beweging), zie www.sport.nl;
- Provinciale sportraden en CMO’s (VSW, Vereniging Steunfuncties Welzijn hebben een werkgroep speelruimte), zie www.cmonet.nl (landelijk netwerk van van provinciale Centra voor Maatschappelijke Ontwikeling;
- VSG enVNG (Childfriendly Cities: www.childfriendlycities.nl); NISB.
-
Interessante links en literatuur
Links:
Literatuur:
- 'Spelen met ruimte: handboek gemeentelijk speelruimtebeleid / H. Bouwmester. Jantje Beton (Nationaal Jeugd Fonds), Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) en NUSO;
- Projectenbundel 'Kindvriendelijke projecten in de opnbare ruimte' (zie www.kindvriendelijkesteden.nl);
- 'Uitnodigende sportvoorzieningen: ontwerop op maat' in Visie en ontwikkelgids 'Vernieuwing lokaal sportbeleid', VNG, blz. 32-33;
- 'Laagdrempleige voorzieningen voor alternatieve trendsporten' in Visie en ontwikkelgids 'Vernieuwing lokaal sportbeleid', VNG, blz. 37-38;
- 'Recht op een veilige speelplek' in Visie en ontwikkelgids 'Vernieuwing lokaal sportbeleid', VNG, blz. 39-40.



