Recreatie

Recreatie omhelst een gedifferentieerd scala aan maatschappelijke activiteiten die op het eerste oog weinig samenhang vertonen. Ieder mens heeft naast de noodzaak om te voorzien in de eigen, en vaak ook andermans, primaire levensbehoeften (eten, kleden , slapen, wonen, werken, enz.), de behoefte aan genoegen, ontspanning en zelfontplooiing. De wijze waarop mensen hieraan vorm en inhoud geven is sterk individueel bepaald, maar wordt beïnvloed door leeftijd, inkomen, gezinssituatie en etnische herkomst. Daarnaast spelen de mogelijkheden die de ruimte waarin men woont en werkt, een belangrijke rol. Het wordt naast persoonlijke voorkeuren en eigen handelen mede bepaald door mogelijkheden die individuen ter beschikking staan (of worden gesteld) door de omgeving waarin zij wonen, werken of anderszins actief zijn. Dagelijks ondernemen mensen, naast de min of meer verplichte, zelfverkozen activiteiten gericht op ontspanning, genoegen en zelfontplooiing. Een verzamelbegrip voor al deze activiteiten is recreatie c.q. recreëren. De beschikbare tijd en de (afstand tot de) benodigde ruimte zijn belangrijke (begrenzende) factoren bij de keuze voor een recreatieve activiteit.

  • Beleidsthema
  • Beargumentering van het beleidsthema

    Gemeenten hebben vanzelfsprekend te maken met de volledige behoefte aan recreatiemogelijkheden bij de burgers. Daar waar sprake is van gemeentelijk recreatie- en/of toeristisch-recreatief beleid dient opgemerkt te worden dat dit beleid zich met name richt op recreatieactiviteiten van inwoners buitenshuis. Uithuizige recreatie confronteert gemeenten met aanspraak van burgers op ruimte, voorzieningen en activiteiten geschikt voor of gericht op recreatieve mogelijkheden. Het gaat hierbij om recreatiemogelijkheden dicht bij huis, recreatiemogelijkheden in centrale openbare ruimten en gelegenheden en om 'groene en blauwe' mogelijkheden in het buitengebied.

    Naast de onmogelijkheid van gemeenten om voorbij te gaan aan de wensen en verwachtingen van de burgers biedt recreatiebeleid ook kansen aan gemeenten om invulling te geven aan politieke prioriteiten als: lokale werkgelegenheid, de leefbaarheid van de stad/ de gemeente en de participatie van kansarmen. De effectiviteit van dit beleid is voor een belangrijk deel afhankelijk van de mate waaraan het beleid aansluit bij datgene wat gewenst wordt door de (potentiële) gebruikers.

    Instrumenten die de gemeenten hierbij in handen heeft zijn de bevoegdheid en de middelen om regulerend, voorwaardenscheppend, stimulerend, initiërend en zelforganiserend te handelen. De gemeente dient naast haar zorg voor wonen en werken zorg te dragen voor goed bereikbare, toegankelijke plekken en gelegenheden die voorzien in de recreatieve behoeften bij de bewoners van wijken/buurten, inwoners van de gemeente en bezoekers (indien er sprake is van een toeristisch potentieel). Het 'zorgen voor' moet niet gezien worden als 'alleen verantwoordelijk voor het realiseren en instandhouden van het aanbod', maar staat voor 'het samen met burgers, organisaties, instituties en bedrijven zorgdragen voor de totstandkoming en continuering van een aanbod op maat'. De exacte invulling van het gemeentelijk recreatiebeleid loopt per gemeente uiteen.

  • Toekomstvisie

    Het aanscherpen van - of opstellen van nieuwe - beleidsdoelen kan uitmonden in een positieve politieke zingeving aan het maatschappelijke en economische belang van recreatie in haar diverse verschijningsvormen oftewel een gedifferentieerd beleid. Hierdoor ontstaat de mogelijkheid om recreatie een belangrijke bijdrage te laten leveren aan de taken van de overheid op het gebied van welzijn, lokale economie, imago en ruimtelijke structuur van de gemeente. Recreatie zal een vaste plaats moeten veroveren binnen het gemeentelijk kerntakenbeleid om de toekomst voor het lokale en regionale recreatiebeleid veilig te stellen. Ook dient bij het aanscherpen van de beleidsdoelen aandacht te worden besteed aan de samenhang tussen beleid gericht op recreatie, sport, vrije-tijd, toerisme en ruimtelijke ordening. Vanuit een integrale beleidsvisie zullen aanbevelingen moeten worden gedaan voor de inrichting van een leefbare en tot ontspanning stimulerende openbare (recreatieve) ruimte.

    Recreatiegedrag is niet statisch maar zeer dynamisch. Ook recreatiebeleid dient daarom een dynamisch karakter te vertonen. Een aantal van de hierna te noemen ontwikkelingen op het gebied van recreatiegedrag, recreatieplekken en het recreatiebeleid vindt autonoom plaats, anderen laten zich in meer of mindere mate beïnvloeden.

    A. Demografische en sociaal-maatschappelijke ontwikkelingen:

    • Wijzigingen in de bevolkingsopbouw per wijk en/of gemeente naar leeftijd, inkomen, oorspronkelijke afkomst, gezinssituatie e.d.;
    • Wijzigingen in gedrag, normen en waarden, behoeften en wensen, onder meer als gevolg van trends als individualisering, informalisering, toenemende ongelijkheid in de verdeling van vrije-tijd, emancipatie etc.;

    B. Ontwikkelingen in het openbaar bestuur:

    • Het algemene politieke streven naar het verkleinen van de kloof tussen bestuur c.q. beleid en de burger;
    • Het streven naar vermindering van de overheidsuitgaven;
    • Het streven naar het verminderen van overheidsbemoeienis (concentreren op kerntaken);
    • Het streven naar privatisering, besturen op afstand;
    • Het overdragen van taken van het rijksniveau naar het gemeentelijke niveau;
    • Schaalvergroting en regionalisering: in toenemende mate wordt planvorming niet beperkt tot de eigen gemeentegrenzen.

    C. Ontwikkelingen in recreatie:

    • Er is een groeiende interesse voor recreatie gebaseerd op economische en commerciële motieven;
    • Er is een toenemende belangstelling voor recreatieactiviteiten, onder meer gericht op de gezondheid, door volwassenen en ouderen;
    • Bewoners hechten steeds meer belang aan een gevarieerd aanbod van recreatievoorzieningen in de woonwijken;
    • Er is een groeiende aandacht voor natuur en milieu.
  • Doelstellingen van het beleidsthema
    • Bevorderen van de kwaliteit van de openbare ruimte en het zorgdragen voor een leefbare woonomgeving;
    • Planning, aanleg en inrichting van lokale en bovenlokale recreatieve infrastructuur voor dag- en verblijfsrecreatie;
    • Profilering van toeristisch/recreatieve attractiewaarde van gemeente en/of het buitengebied;
    • Grotere toegankelijkheid en betere bereikbaarheid van de kust, agrarische- en natuurgebieden;
    • Verbeteren/vergroten van mogelijkheden voor vrijetijdsbesteding.
  • Resultaten
    • Aanwezigheid van voldoende en goede sportmogelijkheden voor de ongebonden sporter;
    • Bekendheid met de mogelijkheden voor ongebonden sport bij iedereen in de gemeente.
  • Activiteiten en middelen
    • De skatebond, fietsersbond en wandelbond organiseren diverse sportieve, recreatieve activiteiten. Probeer in overleg met hen deze activiteiten in uw gemeente te laten plaatsvinden;
    • Breid uit en verbeter de wandel-, fiets-, ruiter-, skeeler-, kano-, schaats- en vaarroutes;
    • Zorg dat bij het inrichten van de openbare ruimte rekening wordt gehouden met de aanleg van voldoende, veilige en uitdagende wandel-, fiets-, ruiter-, skeeler-, kano-, schaats- en vaarroutes;
    • Verbeter de bereikbaarheid van recreatieve voorzieningen;
    • Zorg voor goede voetgangers- en fietsbewegwijzering;
    • Ondersteun lokale initiatieven op het gebied van sportieve recreatie.
  • Monitoring en evaluatie

    Niet elke ontwikkeling en/of verandering leidt tot knelpunten, maar met name de volgende knelpunten vormen voor een grote groep gemeenten een dagelijkse uitdaging:

    • Gebrek aan standaardnormeringen voor het meten van gebruik, evaluatie, beheerskosten e.d voor gemeentelijk beleid maakt de sector "zacht" t.o.v. ander sectoren;
    • Er is nog nauwelijks onderzoek verricht naar de gevolgen en de effectiviteit van gemeentelijk recreatiebeleid.
  • Handige tips

    De hieronder beschreven veranderingen kunnen niet los gezien worden van de eerder genoemde ontwikkelingen en vloeien hier al dan niet logischerwijs uit voort.

    • Er is een toenemende differentiatie te constateren in vrijetijdsgedrag tussen verschillende groepen in de bevolking;
    • Het vrijetijdsgedrag vertoont een individualistischer en consumptiever patroon;
    • Landschappelijke , milieu en ecologische aspecten spelen een steeds belangrijkere rol bij de inrichting en het gebruik van de openbare ruimte;
    • Pogingen om te komen tot een integraal vrijetijdsbeleid verlopen niet eenvoudig. Eén van de oorzaken is dat recreatie vaak (nog) geen vaste plaats heeft veroverd binnen het gemeentelijk apparaat. Ook is recreatie lang niet altijd als zelfstandig beleidsveld opgenomen binnen planvorming;
    • De vormgeving en inhoud van vrijetijdsbesteding wordt in belangrijke mate bepaald door sociale factoren als de positie op de arbeidsmarkt, het gezinsleven en het soort huishouden waarvan men deel uit maakt. Er bestaat een verband tussen vrijetijdsgedrag en leefstijl;
    • Er is een toenemende maatschappelijke en bestuurlijke aandacht voor de leefbaarheid van wijken, buurten . Openbare en/of recreatieve voorzieningen staan hierbij vaak in het middelpunt van de belangstelling;
    • De aandacht van gemeenten voor recreatiebeleid groeit. Hierbij dient niet alleen te worden gedacht aan sportieve recreatie, maar recreatie in een brede context. Er is een toename te constateren in het aantal gemeentelijk uitgebrachte nota's voor het beleidsveld recreatie. De achtergrond hiervoor is vaak gelegen in economische of profilerings motieven;
    • Er is in toenemende mate sprake van concurrerend aanbod tussen gemeenten. Dit is mede het gevolg van het belang dat gemeenten hechten aan de profilering van hun stad. Hiertegenover staat de tendens van schaalvergroting en regionalisering;
    • Samenwerking binnen de gemeentelijke overheid en samenwerking met externe organisaties vindt op dit beleidsterrein nog onvoldoende plaats;
    • Inwoners en toeristen hebben niet altijd dezelfde belangen;
    • De sterk toegenomen belangstelling voor de natuur vanuit de bevolking en de politiek. Deze kan leiden tot een beperking van de toegankelijkheid van gebieden voor een brede groep recreanten;
    • Recreatiebeleid houdt niet op bij de gemeentegrens maar heeft bij diverse aspecten een grensoverschrijdend karakter.

  • Inspirerende voorbeeldprojecten
    • De fietsersbond roept jaarlijks een stad in Nederland uit tot 'fietsstad'. Probeer met uw gemeente fietstad van het jaar te worden! (www.fietsersbond.nl);
    • De gemeente Apeldoorn: 'Groene voetstappen'. Dit project is gericht op het stimuleren van scholieren om fietsend, lopend of steppend naar school te komen. De gemeente Apeldoorn zorgt voor voldoende faciliteiten om dit te kunnen doen.
  • Mogelijke samenwerkingspartners
    • Stichting Recreatie: www.stichting-recreatie.nl;
    • Fietsersbond: www.fietsersbond;
    • Skatebond: www.skatebond.nl;
    • Wandelbond: www.nwb-wandelen.nl;
    • OSO, Vereniging van Samenwerkingsverbanden in de Recreatiesector: www.het-oso.nl;
    • Bureau Speelruimte: www.speelruimte.nl;
    • NUSO: www.nuso.nl;
    • Vereniging van Nederlandse Gemeenten : www.vng.nl;
    • Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport; www.minvws.nl;
    • Ministerie van Verkeer, Ruimtelijke Ordening en Milieu: www.verkeerenwaterstaat.nl;
    • Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer: www.vrom.nl;
    • Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit: www.lnv.nl.
  • Interessante links en literatuur

    Literatuur:

    • 'De paarden op, de lanen in. Recreatieve paardensport in het buitengebied', Stichting Recreatie: www.stichting-recreatie.nl;
    • 'Beïnvloedt een groentekort het recreatiegedrag?', Stichting Recreatie: www.stichting-recreatie.nl;
    • VWS (2000). 'Meer beweging in het groen; voorbeelden van dwarsverbanden tussen groen en breedtesport';
    • Sportlawaai, op de grens van recreatie en irritatie', Nederlandse Stichting Geluidshinder: www.nsg.nl.