Senioren

De term waarmee het oudste deel van de Nederlandse bevolking wordt aangeduid, is aan nivellering onderhevig. Deze groep mensen werd eerst bejaarden genoemd, later ouderen en nu vaak senioren. Hoe de groep ook wordt aangeduid, een groot aantal mensen uit deze groep wil zich graag langdurig jong voelen. Sport en bewegen kan dus prima aansluiten bij deze doelgroep.

  • Beleidsthema
  • Beargumentering van het beleidsthema

    Waarom stimulering van bewegen en actieve leefstijl bij ouderen? Behalve leeftijd, geslacht, sociaal-economische status en burgerlijke staat is ook de gezondheid van invloed op de maatschappelijke participatie van ouderen. Ouderen die een ziekte hebben zijn in maatschappelijk opzicht beduidend minder actief dan ouderen zonder ziekten (RIVM, 2005). Ouderen bewegen minder dan de gemiddelde bevolking. Het percentage personen dat aangeeft geen enkele vorm van lichamelijke activiteit te verrichten neemt sterk toe na het 65ste levensjaar.

    Een inactieve leefstijl bij mensen met langdurige aandoeningen verhoogt niet alleen het risico op overgewicht en langdurige aandoeningen, maar ook het risico op functionele beperkingen en daarmee het verlies op zelfstandigheid. Daartegenover staat dat verantwoord bewegen het verloop van een groot aantal langdurige aandoeningen gunstig kan beïnvloeden en daarmee de zelfstandigheid en de kwaliteit van leven van mensen kan vergroten (Chorus, 2007).

  • Toekomstvisie

    Meer dan de helft (55%) van de Nederlandse senioren is inactief of niet voldoende lichamelijk actief volgens de Nederlandse Norm Gezond Bewegen (Jansen, 2002).

    Cijfers uit TNO onderzoek laat zien dat senioren minder bewegen dan de gemiddelde bevolking. Het percentage personen dat aangeeft geen enkele vorm van lichamelijke activiteit te verrichten neemt sterk toe na het 65ste levensjaar.

    Wanneer het aantal mensen boven de vijftig jaar en ouder exponentieel toeneemt, moet er in toenemende mate aandacht zijn voor voldoende aanbod wat voldoet aan de wensen en behoeften. Deze nieuwe generatie heeft specifieke ideeen over zijn of haar beweegactiviteiten en hiermee veranderen ook de kwaliteitseisen die aan de beweegactiviteiten gesteld worden. Om voldoende aanbod voor deze generatie senioren te waarborgen is op lokaal overheidsniveau een adequate beleidsvoering nodig die in de beweeg-vraag voorziet.

    Daarnaast is het een taak voor de uitvoerende partijen om vraag en aanbod van bewegen met elkaar in evenwicht te laten zijn. Om diverse groepen mensen boven de vijftig jaar tot meer sport en bewegen te stimuleren en om het aanbod van sport en bewegen voor deze doelgroepen af te stemmen op de groeiende vraag zijn er verschillende aanpakken en strategieën ontwikkeld en nog in ontwikkeling. Deze kunnen ingezet worden om de gestelde beleidsdoelen te bereiken.

  • Doelstellingen van het beleidsthema
    • Het stimuleren van bewegen heeft een positieve gezondheidsbetekenis voor burgers;
    • Primaire preventie ter voorkoming van ziekten (stimuleren van een actieve gezonde leefstijl, preventie sportblessures, bestrijding gezondheidsrisico’s van (te) intensieve vormen van bewegen, Anti-doping);
    • Secundaire preventie om ziekten in vroegtijdig stadium op te sporen bij personen die ziek zijn, een verhoogd risico of een bepaalde genetische aanleg hebben (verminderen overgewicht, terugdringen van bewegingsarmoede of lichamelijke inactiviteit, chronisch zieken);
    • Tertiaire preventie gericht op beperkingen van mensen op te heffen, te reduceren of te compenseren om het zelfredzamer maken van mensen waarbij de ziekte al is vastgesteld (jonge kinderen met een motorische achterstand, individuele sportvoorzieningen voor mensen met een beperking).

  • Resultaten

    Primaire preventie:

    • Meer senioren voldoen aan de Nederlandse Norm Gezond Bewegen;
    • Bewustwording/stimuleren van een actieve gezonde leefstijl (gezonde voeding en voldoende beweging).

    Secundaire preventie:

    • Terugdringen van bewegingsarmoede/lichamelijke inactiviteit: het deel van de volwassen bevolking dat gemiddeld geen enkele dag per week voldoende beweegt is in 2010 teruggedrongen van 8% naar 7%;
    • Meer Chronisch zieken doen aan sport.

    Tertiaire preventie:

    • Individuele sportvoorzieningen voor senioren (sportrolstoel, etc.).
  • Activiteiten en middelen
    • 'SCALA' (sportstimuleringsstrategie voor mensen met een Chronische Aandoening: een Leven lang Actief): www.galm.nl;
    • 'Taskforce Sport en Bewegen 50+' (lokale taskforce met focus op beleidsontwikkeling met diverse netwerkpartners voor sport en bewegen van 50-plussers): www.nisb.nl/taskforce50+/;
    • 'Meer bewegen voor Ouderen' (MBVO zijn beweegactiviteiten waarin beleving en functionaliteit verbetering voorop staan): www.mbvo.nl;
    • 'In Balans' (Cursusprogramma met het accent op het voorkomen van vallen)
    • 'COACH-methode' (Counselingsmethode met behulp van een stappenteller die verandering van het beweeggedrag tot doel heeft): www.coachmethode.nl;
    • 'Communities in Beweging' (Bewegingsstimuleringsmethode voor inactieve kwetsbare groepen): www.nisb.nl/cib);
    • 'Ketenaanpak actieve leefstijl' (Bewegingsstimuleringsmethode voor inactieve kwetsbare groepen specifiek vanuit gezondheidscentra): www.nisb.nl;
    • 'Denken en Doen' (interventie om door sport inactiviteit te verminderen en de gezondheid te bevorderen): www.bridge.nl.

  • Monitoring en evaluatie
    • Gebruik bij evaluatie van bewegingsstimulering of actieve leefstijl de Nederlandse Norm Gezond Bewegen;
    • Startonderzoek Taskforce Sport en Bewegen 50+ (www.nisb.nl);
    • Monitor volksgezondheid senioren (uitgevoerd door GGD-en, www.ggdkennisnet.nl);

    Vragenlijsten beweeggedrag 50+ (www.ggdkennisnet.nl).

  • Inspirerende voorbeelden
    • Lokale Taskforce 50+ Tilburg;
    • Vrouwen in Beweging, CiB Rotterdam;
    • Big Move Amsterdam;
    • GALM Groningen;
    • COACH methode Schalkwijk (gezondheidscentrum Schalkwijk);
    • Netwerkaanpak Leiden.

    Zie ook: www.projectenbanksportenbewegen.nl

  • Mogelijke samenwerkingspartners
    • Lokale of regionale GGD;
    • Provinciale sportraad of huis voor de sport;
    • Stichting Welzijn Ouderen;
    • Sportbedrijf of Sportservicepunt;
    • Thuiszorg organisaties;
    • Centra uit de eerstelijns gezondheidszorg;
    • Woonzorgcentra;
    • Patientenverenigingen;
    • Ouderen- of vrouwenorganisaties;
    • Lokale (commerciele) sport en beweegaanbieders.

  • Interessante links en literatuur

    Links:

    Literatuur:

    • Chorus, A.M.J. (2007). Congres ‘sport en bewegen bij ouderen’;
    • Gezondheidsraad (2005). Vergrijzen met ambitie;
    • RIVM (2005). Gezond actief – de relatie tussen ziekten, beperkingen en maatschappelijke participatie onder Nederlandse ouderen;
    • Van den Berg Jeths et al. (2004). Ouderen nu en in de toekomst;
    • Jansen, J. et al.(2002). Tijd voor gezondheid gedrag: RIVM.