Sport bindt mensen vanuit een gemeenschappelijke sportbeleving en -doelstelling. Criteria die in de samenleving onderscheidend zijn, doen er in de sport soms niet toe. De regels in de sport gelden voor iedereen, ongeacht afkomst, maatschappelijke positie, geloofsovertuiging of taal en cultuur: zaken die ‘autochtoon’ en ‘allochtoon’ in het dagelijkse leven vaak onderscheiden. Daarmee is sport een ideale plek voor binding en integratie van mensen in de samenleving.
- Beleidsthema
-
Beargumentering
De Nederlandse allochtone bevolking beweegt minder dan de gemiddelde Nederlander. Door sporten en bewegen blijf je fit en gezond. Maar sport is ook een ontmoetingsplaats. Juist door de grote verscheidenheid en sterke persoonlijke betrokkenheid biedt sport uitgelezen kansen om mee te doen in de samenleving. Dat kan op veel manieren: door deel te nemen aan de groepsles in de sportschool, door het runnen van de kantine in het clubhuis of door het organiseren van een sporttoernooi in de buurt. Samenspelen en meedoen zijn daarom belangrijke begrippen wanneer we het hebben over sport en bewegen. Sport brengt mensen samen omdat ze eenzelfde belangstelling hebben en die het liefst samen vormgeven. Op plaatsen waar de regels van de sport en sportiviteit het gedrag bepalen. Voor iedereen ongeacht kleur, afkomst, sekse, positie en inkomen. In die kenmerken van sport ligt een belofte besloten. Door mee te doen aan sport kun je vertrouwen in en betrokkenheid bij een ander ontwikkelen. Al samenspelend worden ervaringen en competenties opgebouwd die overdraagbaar zijn naar andere levensgebieden. Belangrijk voor iedereen en zeker voor 'nieuwe Nederlanders'.
-
Doelstellingen
• Ontmoeting, binding, opvoeding en integratie van allochtone jeugd – en hun ouders- in en door sport.
• Het inlopen van de achterstand in sportdeelname van allochtone jeugd, met name de sportdeelname in georganiseerd verband.
• Het voorkomen van uitval van allochtone jongeren uit de Nederlandse samenleving en/of het bewerkstelligen van re-integratie met behulp van sport en het aanpakken van overlast en probleemgedrag.
• Het begeleiden van kwetsbare allochtone jongeren, het bevorderen van volwaardig burgerschap en participatie van allochtone jongeren in de samenleving, het tegengaan van sociaal isolement en het voorkomen van overlast en probleemgedrag.
-
Toekomstvisie
Het opkrikken van de sportparticipatie van allochtonen is een kwestie van lange adem. Snelle successen zijn niet te verwachten. Om sportdeelname van allochtone vrouwen en meisjes te stimuleren is het van belang om gebruik te maken van bestaande netwerken in de allochtone gemeenschap. Ook allochtone jongens en mannen vinden sociale relaties (vriendenteams) belangrijk, maar pleidooien om eigen verenigingen en/of teams te ondersteunen, vinden weinig steun.
Een breed buitenschools sportaanbod kan een middel zijn om allochtone jongeren, met name ook meisjes aan het sporten te krijgen. Maar vanuit de schoolsport is, evenals vanuit het sportbuurtwerk, de doorstroming naar de verenigingssport problematisch. Samenwerking en afstemming tussen buurt, onderwijs en sport wordt vaak bepleit maar komt in de praktijk moeilijk van de grond. Good practices zijn nauwelijks voorhanden en zo er al successen gemeld kunnen worden, blijken deze vaak kwetsbaar te zijn.
Als allochtonen de drempel naar de vereniging weten te nemen, verloopt hun inpassing in clubverband vaak moeizaam. Er zijn weerstanden te overwinnen en er is veel misverstand, onbegrip en miscommunicatie. Uitsluitingsmechanismen die in de georganiseerde sport bestaan, worden vaak onbedoeld en onbewust in stand gehouden maar missen hun uitwerking niet. Voorlichting aan en bewustwording van het verenigingskader is belangrijk, maar laat zich niet eenvoudig organiseren. Het (autochtone) kader staat er niet altijd voor open. Opgebouwde kennis en inzichten verdwijnen door verloop van kaderleden. Noch van ervaringen uit het verleden, noch van andere verenigingen, lijkt heel veel te worden geleerd. Hoe lastig deze weg ook is, het lijkt de enige die bewandeld kan worden. Ook kadervorming onder allochtone leden en/of ondersteuning door meer geïntegreerde allochtonen die een brugfunctie kunnen vervullen, kunnen in dit verband effectief zijn.
Integratie is nog een stap verder dan participatie. Waar participatie in de sport voor allochtonen nog steeds alles behalve vanzelfsprekend is, kunnen de goedbedoelde pogingen om diezelfde sport heel expliciet en instrumenteel te benutten in het kader van de maatschappelijke integratie, hun doel gemakkelijk voorbij schieten. Het lijkt raadzaam om de aandacht vooralsnog te concentreren op de bevordering van de sportdeelname en de opleiding en voorlichting van het sportkader. Dat zijn noodzakelijke voorwaarden voor een meer instrumenteel gebruik van de sport. Maar dat niet alleen. Er zijn duidelijke aanwijzingen dat de sport(vereniging) een context vormt waarbinnen sociale netwerken ontstaan en sociaal kapitaal wordt verworven. In die zin kan sportdeelname ook impliciet al zeer bevorderlijk zijn voor de maatschappelijke integratie van zijn beoefenaren.
-
Resultaten
Binnen het programma Meedoen alle jeugd door sport werken sinds 2007 negen bonden en elf gemeenten samen om te stimuleren dat meer kinderen lid worden van sportverenigingen. En dat werpt zijn vruchten af! Eerste resultaten uit de 2 meting van de Meedoen-monitor, uitgevoerd door het W.J.H. Mulier Instituut, geven aan dat vanaf het moment dat het programma is gestart de 500 meewerkende verenigingen van acht van de negen betrokken bonden een ledenwinst hebben geboekt van 9.900 jeugdleden. Dat is een groei van 28%.
Vooral onder de allochtone jeugd is de sportdeelname fors gestegen (+7.000, een verdubbeling). De cijfers van de ruim 250 Meedoen verenigingen van de Knvb zijn hierin nog niet verwerkt. Al met al begint de samenstelling van het ledenbestand van de meewerkende sportvereningen steeds meer een afspiegeling te vormen van de samenstelling van de bevolking in de betreffende steden.
De eerste resultaten van de 2 meting van de Meedoen monitor (van acht van de negen betrokken bonden) zijn op 21 januari gepresenteerd aan Clemence Ross, directeur NISB. U kunt de eerste resultaten direct bekijken (ppt). Het volledige rapport wordt vrijdag 29 januari verwacht en zal te downloaden zijn op de site van Meedoen alle jeugd door sport.
-
Activiteiten en middelen
- Brochure Verder werken aan Meedoen
- Brochure Bewegen valt goed!
- Diversiteit in sportbesturen
- Opleidingstrajecten voor allochtone vrouwen
- Meetellen en meedoen : 16 succesvolle diversiteitsprojecten
- Verschillende themabijeenkomsten en cursussen, zie de NISB-agenda
-
Monitoring en evaluatie
In het kader van Meedoen Alle Jeugd door Sport zijn verschillende rapportages uitgekomen
-
Monitoring en evaluatie
In het kader van Meedoen Alle Jeugd door Sport zijn verschillende rapportages uitgekomen
-
Handige tips
• Verkokering doorbreken door integraal en wijkgericht te werk te gaan.
• Extra ondersteuning bieden in oude wijken. Overdracht van kennis van gemeentelijke sportconsulenten, combinatiefunctionarissen en buurtsportwerkers aan verenigingen.
• Speciale aandacht besteden aan kadervorming en scholing van de doelgroep.
• Met name bij allochtone meisjes en vrouwen is nog een wereld te winnen.
• Vooral voor allochtone kinderen biedt onderwijs een ingang om een sportattitude op te bouwen. Daarom sportstimulering in schoolverband versterken.
Tips om het aanbod van de vereniging beter te laten aansluiten bij de doelgroep en zo laagdrempelig en toegankelijk mogelijk te maken:
Bron: Sportparticipatie allochtonen (maart 2009)
• sluit aan bij de leefwereld en het imago van de doelgroep;
• zorg voor voldoende erkenning en herkenning binnen de sportorganisatie en –activiteiten
• betrek allochtonen bij de organisatie op alle niveau’s, meedoen, meedenken, meebeslissen;
• de sportcultuur in Nederland is uniek en bij veel allochtonen onbekend; neem de tijd om allochtonen uitgebreid te informeren (ook over informele regels/vanzelfsprekendheden);
• zorg voor een op verschillende doelgroepen gericht kantine-aanbod;
• zorg voor aangepaste activiteiten en voorzieningen voor meisjes/vrouwen;
• zorg voor een enthousiast kader met voldoende kwaliteit;
• laat jongeren zelf activiteiten organiseren zodat ze beter op de behoeften aansluiten;
• stel huiswerkklassen in bij de vereniging;
• laat het Suikerfeest net als Sinterklaas een vast onderdeel zijn van de sociale activiteiten binnen de club;
• stel een aparte competitiedag in i.s.m. de bond voor kinderen die op zaterdag islamlessen volgen;
• nodig ouders uit te participeren; eenmaal binnen kun je ze makkelijker benaderen voor invulling van kaderfuncties;
• creëer aanbod voor de allerkleinsten, bij voorkeur kosteloos (Kangaroeclub of Leeuwenkuil), waardoor je ook ouders bereikt en op juiste wijze kinderen laat kennismaken met sport;
• combineer activiteiten met inzet van BVO’s of andere rolmodellen;
• wijk af van strikte regels, zoals verplicht douchen, die een drempel kunnen vormen voor deelname binnen sommige culturen;
• houd de activiteit betaalbaar, ook voor de minder bedeelden. Werk bijvoorbeeld samen met Jeugdsportfonds of minimapassen);
• sta open voor ideeën van anderen en andere culturen.
-
Goede voorbeelden
Haarlem
Voorbeeld van een voorstel voor een pilotproject bevordering allochtoon kaderbinnen sportverenigingen (Haarlem, 2004)
Ede
Paragraaf 2.10 Sport & Integratie (Gemeentelijk Sportbeleid Ede 2008-2011)
Premier Balkenende noemde sport bij het vijftigjarig bestaan van de Christelijke Sport Unie “de grootste sociale beweging ter wereld” en “een medium met een bijzondere kracht, dwars door alle culturen, nationaliteiten, rangen en standen heen”. Deze uitspraken onderstrepen de waardevolle bijdrage die sport kan leveren bij de integratie van allochtonen in de lokale samenleving. Sport biedt allochtonen, en in het bijzonder de jeugd onder hen, veel mogelijkheden om zich een plaats in de samenleving te verwerven. Vanuit het landelijk integratiebeleid is al een aantal initiatieven in gang gezet. Ondanks deze initiatieven blijft de sportdeelname van allochtone Nederlanders, ook in Ede, voorlopig nog achter in vergelijking met andere Nederlanders. Ook de vrijwillige inzet in de sport blijft achter, bijvoorbeeld in kaderfuncties en in sportbesturen. In paragraaf 2.1 zijn de doelgroepen van het sportbeleid toegelicht. Deze groepen zijn niet etnisch georiënteerd. Allochtonen zijn bewust niet genoemd als specifieke doelgroep van het sportbeleid. Het sportbeleid richt zich op de gehele Edese bevolking. Wanneer er bij doelgroepen staat “jeugd”, wordt er ook allochtone jeugd mee bedoeld, net zo als wanneer senioren als doelgroep worden genoemd: dan bedoelen we ook de allochtone senioren. Beleidsdoelstellingen met betrekking tot integratie horen primair thuis bij het integratiebeleid. Sport kan echter een waardevol instrument zijn voor het realiseren van beleidsdoelstellingen in deze.
(Klik hier voor Ploegenspel – Gemeentelijk sportbeleid Ede 2008-2011)
-
Samenwerkingspartners
- Provinciale sportraden
- NISB
- Sportbonden
- Mulier Instituut
- MOgroep
- Nederlandse Sport Alliantie
- Forum
-
Links en literatuur
Links
• www.meedoenallejeugddoorsport.nl
Literatuur:
• 'Wie vervult de sportwens van allochtone meisjes en vrouwen? In: Visie- en ontwikkelgids 'Vernieuwing lokaal sportbeleid' VSG, blz. 19-20.
De brochure is bedoeld voor mensen die betrokken zijn bij de organisatie van sportactiviteiten. Het bevat informatie over allochtonen, sport en sportbeleid en schetst de sportbeleving van uiteenlopende groepen allochtonen. Verspreid over de brochure staan tips voor toepassing van deze kennis in de praktijk. 1987 (eerste druk), 1992 (tweede herziene versie).
• Vrijetijdsbesteding van allochtonen en autochtonen in de openbare ruimte
• Samenspel : studies over etniciteit, integratie en sport
• Zundert in beweging : een onderzoek naar het sportgedrag van vijf doelgroepen van de gemeente Zundert
Scriptie over een onderzoek voor de gemeente Zundert naar het sportgedrag en naar wensen, behoeften en knelpunten op sportgebied van de doelgroepen jeugd, jongeren, ouderen, mensen met een beperking en Marokkanen.
• Zelfredzaamheid bevorderen voor allochtone vrouwen : handreiking aan gemeenten
Deze handreiking is bedoeld voor gemeenten die aan de slag willen met de doelgroep niet-Westerse oudere allochtone vrouwen. Zelfredzaamheid bevorderen van kwetsbare groepen burgers wordt steeds belangrijker. Het beleid stelt de 'eigen verantwoordelijkheid' van individuen meer en meer op de voorgrond. Niet-westerse oudere vrouwen vormen een van de meest kwetsbare groepen in onze samenleving. Velen van hen hebben bijzondere ondersteuning nodig om zelfredzamer te kunnen zijn. Maar: wat kan de gemeente daarin betekenen? Het Verwey-Jonker Instituut ontwikkelde in opdracht van het Nicis Institute deze handreiking voor álle gemeenten die meer willen doen om de zelfredzaamheid van oudere allochtone vrouwen te stimuleren. Om gemeenten op weg te helpen is er een staalkaart opgenomen van typen projecten, overwegingen en stappen, voorafgegaan door een korte schets van de groep niet-Westerse, oudere allochtone vrouwen en een omschrijving van zelfredzaamheid.
• DVD Vrouwen van Geuzenveld
Nina Pieters volgde in opdracht van stadsdeel Geuzenveld-Slotermeer een jaar lang een groep allochtone vrouwen uit Geuzenveld bij hun hardlooptraining....
• Wat beweegt allochtone meisjes? : een onderzoek naar het beweeggedrag van allochtone meisjes
Dit onderzoek biedt inzicht in wat allochtone meisjes uit de groepen vijf, zes, zeven en acht van het primair onderwijs beweegt om (niet) te sporten. ....
In deze studie is de verhuisdynamiek van allochtonen en autochtonen in en uit concentratiewijken onderzocht. Dit is gedaan tegen de achtergrond van de maatschappelijke wens naar meer inzicht in de verhuisdynamiek. Hoewel bekend is dat allochtonen vaker verhuizen dan autochtonen, is minder bekend wat de verhuisdynamiek is in concentratiewijken, wie er verhuizen en waarom. Algemene conclusies: 1. Allochtonen verhuizen twee keer zo vaak als autochtonen. Ze verhuizen ook vaker binnen een concentratiewijk of naar andere wijken met veel allochtonen en minder naar meer gemengde of zogenaamde 'witte' wijken. 2. Vooral jongeren, hoger opgeleiden en huishoudens met een hoger inkomen stromen de wijken uit. 3. De instroom bestaat vooral uit groepen allochtonen met een lage sociaal-economische status. Hierdoor blijft de achterstandspositie van concentratiewijken vaak bestaan en wordt deze soms zelfs versterkt. 4. De categorie achterblijvers heeft geen specifieke inkomenskenmerken en zij blijven niet om financiële beperkingen in de concentratiewijk wonen. Juist degenen die lang op hetzelfde adres wonen blijken een gemiddeld hoger inkomen te hebben dan degenen die kort in de wijk blijven. Het lijkt er dus op dat deze blijvers niet ongewild in de wijk achterblijven.



