Vmbo in beweging

Waar doen we het allemaal alweer voor?

Waar doen we het allemaal alweer voor?

Deze keer heb ik een bijzonder grote behoefte om wat op papier te zetten over het doel. Ik bedoel niet een schietschijf of twee palen met een deklat. Ik heb het over een gewenste situatie; iets dat je graag wilt bereiken. Dat ‘iets’ kan natuurlijk van alles zijn. ’s Ochtends, wanneer ik de slaap uit mijn ogen wrijf, formuleer ik altijd een doel voor de dag: “Vandaag mag ik niet met mijn telefoon spelen”, vervolgens doe ik dit ook voor de week: “Geen vlees voor deze jongen”, en per jaar: “Dit jaar ga ik beginnen met roken." Daarnaast stel ik mezelf regelmatig de vraag wat ik wil bereiken bij het bezoeken van verjaardagsfeestjes, het kopen van nieuwe sokken en het schoonmaken van de kattenbak.

Van de kattenbak naar belangrijkere zaken. Neem de doelstelling van Vmbo in beweging. Januari 2012 is het gros van de scholen alweer twee jaar in de weer met dit project. Komende zomer wordt het project dan ook afgerond. Volgens het projectplan van Vmbo in beweging moeten er dan tien procent minder inactieve leerlingen zijn. Of anders gezegd, de doelstelling is, dat er tegen die tijd tien procent meer vmbo’ers aan de beweegnorm voldoen. Het zou natuurlijk prachtig zijn wanneer we dit bereiken. Al is het maar omdat het mooi staat in de eindrapportage naar de minister. Maar betekent het wel of niet behalen van deze doelstelling ook direct het wel of niet slagen van het project? Ik denk van niet.

Belangrijker zijn de vele successen die binnen dit project zijn geboekt. Ik noem hier de netwerken waar scholen met elkaar kennis uitwisselen, de nieuwe contacten die zijn gelegd met sportverenigingen, de studiedagen en cursussen die zijn gevolgd, de leefstijlprojecten die zijn ontwikkeld, de goede voorbeelden die worden verspreid en natuurlijk alle activiteiten die georganiseerd zijn. Het zou jammer zijn wanneer deze successen ondergeschikt worden gemaakt aan de projectdoelstelling. Een gevaar van een doelstelling schuilt dan ook in het blindstaren erop. Want wat als in de zomer van 2012 er inderdaad tien procent minder inactieve vmbo’ers zijn? Kunnen we dan tevreden achterover hangen? Het is verleidelijk. Na werken, komt immers rusten. En per slot van rekening: het doel is toch behaald?

De deelnemers van het project willen dit logischerwijs koste wat het kost zien te voorkomen. Daarom zijn we op dit moment volop in de weer om te kijken hoe we de gestarte activiteiten kunnen verankeren. Geld lijkt hier vaak een terugkerend onderwerp. Persoonlijk ben ik van mening dat de belangrijkste vraag weggelegd is voor de scholen zelf. Wat voor school wil je zijn? Wat is je visie en missie ten opzichte van een gezonde leefstijl voor de leerlingen? Met welk doel is er deelgenomen aan dit project? Uiteindelijk is dat per slot van rekening de discussie die op school gevoerd moet worden: waar deden we het allemaal alweer voor?

Arnold Bronkhorst – regiocoach Noord en Oost