Wat verstaan we onder sportieve opvang?

Basisscholen zijn sinds 2007 verplicht buitenschoolse opvang aan te bieden als ouders daarom vragen. Wanneer scholen, opvangorganisaties en sportaanbieders samenwerken is die opvang sportief in te kleuren op een manier die aansluit op de wensen van (met name oudere) kinderen. Op school, bij de opvang of op het sportpark, tenminste twee, maar liever drie dagen per week, waarbij een belangrijke coördinerende en soms ook uitvoerende rol is weggelegd voor de vakdocent bewegingsonderwijs. De invoering van dagarrangementen en combinatiefuncties maakt het makkelijker een jeugdvoorzieningenstructuur te introduceren die meer sporten en bewegen bevordert.

NISB wil meewerken om een doorlopend aanbod van opvang, onderwijs, overblijf en sport, welzijns- en culturele activiteiten creëren. Daardoor ontstaan nieuwe oplossingen voor ouders om arbeid en zorg te combineren en groeien de ontwikkelingskansen van kinderen tussen 4 en 12 jaar. Met de verschillende scenario's en voorbeelden uit de praktijk kunt u uw voordeel doen.

Uitgangspunt voor NISB is dat het sportaanbod duurzaam, structureel en gevarieerd dient te zijn. Ook zou er sprake moeten zijn van een volledig dagarrangement (activiteiten en begeleiding tussen 07.30 en 18.30 uur). Andere voorwaarden: de sportieve begeleiding is professioneel (afrekenbaar op resultaten) en heeft voldoende pedagogische kennis en vaardigheden (opleidingsniveau 3). De school of de BSO zorgen voor de coördinatie, de gemeente voor de beleidsmatige regie. Sportverenigingen doen mee als sportaanbieders. Afstemming tussen de wet PO (primair onderwijs) en wet Kinderopvang is noodzakelijk. Regels mogen niet strijdig zijn maar verbindend en moeten elkaar stimuleren.

In dit onderdeel van onze website vindt u verschillende ervaringsverhalen vanuit de volgende vier scenariobeschrijvingen:

  • Scenario's
  • Scenario 1: School en schoolsportvereniging

    Er is een schoolsportvereniging of buurtvereniging opgericht op de school of in de wijk. Meestal is een schoolsportvereniging ontstaan, omdat er te weinig aanbod is van verenigingen in de wijk. De gemeente of de school coördineert de activiteiten. Er wordt lesgegeven door een sportbuurtwerker, een vakleerkracht of een clubtrainer. Er is een divers aanbod. De sportactiviteiten vinden na schooltijd plaats. Kinderen kunnen lid worden van deze vereniging, krijgen een pasje en/of betalen een kleine bijdrage (contributie). Ga naar voorbeelden scenario 1.

  • Scenario 2: BSO op de sportvereniging/centrum

    De buitenschoolse opvang vindt plaats bij de sportvereniging, het sportpark of de bij de omnivereniging. Kinderen gaan na schooltijd naar de sportvereniging toe (vervoer wordt door de BSO geregeld) en krijgen een divers aanbod van sportactiviteiten op de accommodatie van de sportvereniging. Ze krijgen les van verenigingsinstructeurs en/of sportleraren (ROC, sport en bewegen niveau 4) die in dienst zijn bij de kinderopvangorganisatie of pedagogische medewerkers met een sportcertificaat. De kinderopvangorganisatie en de vereniging hebben samen afspraken gemaakt over financiën en aansprakelijkheid. Ga naar voorbeelden scenario 2.

  • Scenario 3: Sportieve BSO

    De school heeft een samenwerkingsverband met de kinderopvangorganisatie/BSO in de wijk. De kinderopvangorganisatie faciliteert op de locatie van de buitenschoolse opvang veel sportactiviteiten voor de kinderen. Ze maken gebruik van de mogelijkheden van de locatie zelf, en hebben daarbij sportmateriaal tot hun beschikking (schoolplein, gymzaal, grasveld). Ze hebben één of meerdere sportprofessionals (ROC, sport en bewegen niveau 4) in dienst die verantwoordelijk zijn voor het sportaanbod. Ook is het mogelijk dat SPW-er een cursus heeft gedaan om sport -en beweegactiviteiten te kunnen geven (beweegplezier vanaf 4). De kinderopvangorganisatie is verantwoordelijk voor het geheel. Ga naar voorbeelden scenario 3.

  • Scenario 4: School en sportieve naschoolse activiteiten
    De school krijgt subsidie vanuit de gemeente om een naschools aanbod te organiseren voor de leerlingen van de school. Kinderen kunnen kiezen uit verschillende activiteiten die in een cyclus (van ongeveer 10 weken) worden aangeboden. De activiteiten vinden plaats op school, in de wijk of bij de sportvereniging. Kinderen hoeven niet te betalen voor de activiteiten. De school is verantwoordelijk en coördineert het aanbod. De uitvoering wordt gedaan door freelancers, verenigingsinstructeurs, sportbuurtwerkers, vakleerkrachten en/of groepsleerkrachten. Dit scenario wordt ook verlengde schooldag (VSD) genoemd. De cyclus kan een samenwerking zijn met een lokale sportvereniging met als doel om kinderen van de vereniging lid te laten worden als ze gednteresseerd zijn. Ga naar voorbeelden scenario 4.