Op 31 maart 2009 hebben Staatssecretaris Marja van Bijsterveldt van het ministerie van OCW en directeur Clémence Ross van het Nederlands Instituut voor Sport en Bewegen (NISB) bij voetbalvereniging Heerenveen de aftrap verricht voor maar liefst 12.000 maatschappelijke stages in de sport. Daarmee tekent de sport voor bijna 20 procent van alle stages voor leerlingen in het voortgezet onderwijs vanaf 2011.

Vanaf 2011 moeten alle leerlingen in het voortgezet onderwijs zich minimaal 72 uur inzetten voor een maatschappelijke organisatie. Om dat te realiseren is de sport keihard nodig. Want met ruim één miljoen vrijwilligers is de sport de grootste vrijwilligerssector in Nederland. Een sector bovendien die wat extra handen goed kan gebruiken. En ook voor veel jongeren is een stageplek in de sport interessant. Het biedt ze de mogelijkheid zich in te zetten op een terrein of voor een organisatie waar ze wat mee hebben. De maatschappelijke stage in de sport is dus een buitenkansje, voor zowel scholen, sportorganisaties als leerlingen!
Toch is de sport vaak niet of niet voldoende in beeld bij de maatschappelijke stage. Voor veel scholen en vrijwilligerscentrales is de sport een grote onbekende. Het gevolg is dat de sport niet of nauwelijks is vertegenwoordigd in de lokale structuren die worden opgebouwd voor de organisatie, coördinatie en ondersteuning van maatschappelijke stages. Daarom experimenteerde NISB in 2007 en 2008 op vijf locaties in Nederland met vormen van (boven-)lokale organisatie van maatschappelijke stage in de sport. Er waren pilots in Zeeland, Flevoland, Zuid-Holland, Friesland en Gelderland.
Mail a friend


