Moving Cultures

Achtergrondinformatie

Dansprogramma's zijn kansrijk om jongeren meer te laten bewegen!

Uit onderzoek is gebleken dat bewegen op muziek ertoe leidt dat mensen intensiever bewegen dan zonder muziek, zonder dat men dit als intensiever of zwaarder ervaart (Overbeek et al., 2006). De gedachte van Moving Cultures is dat dans ook leerlingen tijdens de LO-lessen kan kan motiveren die normaliter voor deze lessen niet zo gemotiveerd zijn.

Van de VMBO-leerlingen noemt 13,9% bewegen op muziek als activiteit die ze het liefst meer zouden willen doen. Door niet-normactieve VMBO-leerlingen wordt bewegen op muziek na voetbal (30,1%) en zwemmen (18,9%) als derde favoriet genoemd, door 14,6% (TNO, 2010). Vooral onder allochtone meisjes is bewegen op muziek erg populair.

Moving Cultures heeft gedragsverandering tot doel. Het I-change model geeft inzicht in de complexiteit van gedragsverandering. Beïnvloedbare factoren uit dit model en de manier waarop Moving Cultures hierop inspeelt zijn met name:

  • Motivatiefactoren: De attitude, sociale invloed en eigen-effectiviteit worden positief beïnvloed doordat leerlingen voor- en nadelen van verschillende dansvormen tegen elkaar afwegen, ze bewust worden van hun voorkeur en van elkaar leren in het groepsproces. Ook leren zij te dansen op de manier en het niveau die bij hen past, waardoor het zelfvertrouwen vergroot wordt. Ook participatie van leerlingen is hierbij een belangrijke factor.
  • Informatiefactoren: Moving Cultures zet in op de ‘doeners’, de leerstijl die het best bij VMBO-leerlingen past. Ook wordt het voor leerkrachten mogelijk gemaakt om de lessen aan te passen naar de eigen situatie.
  • Bewustzijnsfactoren: Leerlingen maken kennis met verschillende dansstijlen en worden zich bewust van de mogelijkheden en ‘breedte’ van dans.
  • Capaciteitsfactoren en barrières: In Moving Cultures wordt gewerkt met ‘leidende principes’, om een sfeer te creëren waarin leerlingen zich gemotiveerd en vrij voelen om te bewegen.

Werkzame factoren van Moving Cultures zijn ten eerste de keuze voor dans. Dans sluit goed aan bij de leefwereld van veel jongeren en draagt bij aan de beweegnorm 

Ten tweede sluit Moving Cultures aan bij de setting, doordat het past bij de kerndoelen van het onderwijs en het schoolbeleid.

Als laatste tonen studies aan dat dans aanslaat bij met name VMBO-meiden. De attitude van deze leerlingen, die de grootste beweegachterstand hebben, verandert in positieve zin. Dansprogramma’s zijn daarom kansrijk om jongeren meer te laten bewegen.

Het TNO rapport dat in de theoretische onderbouwing wordt gebruikt is opgenomen in de kennisbank van NISB.