De eerste Brede Scholen zijn, naar Zweeds, Amerikaans en Brits voorbeeld, halverwege de jaren negentig in Groningen en Rotterdam geopend. Netwerken van zorg en opvoeding, met maar één doel: de ontwikkelingskansen van kinderen vergroten. Er kwamen nieuwe, speciaal voor de Brede School ontworpen gebouwen. De samenwerking tussen onderwijs, welzijn, jeugdzorg en andere organisaties werd steeds professioneler. Dankzij de positieve verhalen en successen had de eerste generatie Brede Scholen in het primair onderwijs een olievlekwerking. Razendsnel groeide het aantal naar ruim 500 in 2004. Het ministerie van Onderwijs steunt de ontwikkeling en verwacht dat het aantal Brede Scholen doorgroeit van ruim 1000 in 2008 naar ongeveer 1660 in 2010.
Van het begin af aan zijn sport en bewegen belangrijke aandachtspunten voor Brede Scholen. Om verschillende redenen. Sport is karaktervormend en leert kinderen samenwerken, samenspelen, doorzetten en winst en verlies accepteren. Op veel Brede Scholen zijn inmiddels projecten ontwikkeld waarbij introductielessen tijdens de schooluren, gevolgd worden door introductiecursussen ná schooltijd. Recente, alarmerende berichten over overgewicht en motorische onderontwikkeling bij kinderen zijn perfecte aansporingen voor Brede Scholen om sport- en beweegactiviteiten welkom te heten. Het belangrijkste argument voor sportverenigingen om bij te dragen aan Brede Schoolactiviteiten is het in korte tijd kunnen bereiken van een groot aantal potentiële belangstellenden. Bovendien komen verenigingen dankzij de Brede School in contact met andere doelgroepen, voor wie bijvoorbeeld atletiek of honkbal nog onbekende fenomenen zijn. In het kader van de sportpromotie zijn zulke contacten nuttig.



