Algemeen
- Het percentage volwassen Nederlanders dat inactief is, daalde in de periode 2000-2006 van 9% naar 5% en schommelt sindsdien rond de 5 à 6%.
- Het percentage volwassen Nederlanders dat aan de Nederlandse Norm Gezond Bewegen (NNGB) voldoet, steeg tussen 2002 en 2009 van 44% naar 61%. In 2010 is een teruggang te zien.
- Het percentage volwassen Nederlanders dat aan de fitnorm voldoet, is vrij stabiel en schommelt sinds 2002, met uitzondering van een dip in 2007, rond de 20%.
- Het percentage Nederlanders dat aan de combinorm voldoet en dus voldoende lichaamsbeweging heeft, steeg tussen 2002 en 2009 van 52% naar 68%.In 2010 is een geringe teruggang te zien.
Bron: Bewegen in Nederland 2000-2010 : resultaten TNO-monitor bewegen en gezondheid.
Jongeren
- Het percentage Nederlandse jongeren, dat inactief is, daalt in 2010 naar 11,9%.
- Het percentage Nederlandse jongeren dat aan de NNGB voor jeugd voldoet, fluctueert fors in de periode 2006-2010, met als hoogste waarde 26,9% in 2006 en als laagste waarde 17,3% in 2010.
- Het percentage Nederlandse jongeren dat aan de fitnorm voldoet, stijgt in de periode 2006-2010 fors, van 27,4% naar 40,2%.
- Het percentage Nederlandse jongeren dat aan de combinorm voldoet stijgt in 2010 naar bijna 50%.
Bron: Bewegen in Nederland 2000-2010 : resultaten TNO-monitor bewegen en gezondheid.
Volwassenen algemeen
- Het percentage volwassen Nederlanders dat inactief is, daalde in de periode 2000-2006 van 9% naar 5% en schommelt sindsdien rond de 5 à 6%.
- Het percentage volwassen Nederlanders dat aan de NNGB voldoet, steeg tussen 2002 en 2009 van 44% naar 61%. In 2010 is een teruggang te zien.
- Het percentage volwassen Nederlanders dat aan de fitnorm voldoet, is vrij stabiel en schommelt sinds 2002, met uitzondering van een dip in 2007, rond de 20%.
- Het percentage Nederlanders dat aan de combinorm voldoet en dus voldoende lichaamsbeweging heeft, steeg tussen 2002 en 2009 van 52% naar 68%.In 2010 is een geringe teruggang te zien.
Bron: Bewegen in Nederland 2000-2010 : resultaten TNO-monitor bewegen en gezondheid.
Senioren
- In 2000 voldeed 42% van de 65+-ers aan de NNGB. In de periode 2000-2009 is dit opgelopen tot 53%.
- Het percentage ouderen dat aan de Fitnorm voldoet is relatief laag en in de periode 2000-2009 nauwelijks gestegen (van 9% naar 10%).
- Het percentage ouderen dat aan de Combinorm voldoet is de afgelopen 10 jaar opgelopen van 44% in 2000 naar 58% in 2009
- Ook het percentage inactieve ouderen is teruglopen, maar nog steeds relatief hoog. Risicogroepen voor onvoldoende bewegen vormen ouderen die 75 jaar of ouder zijn, ouderen die niet sporten en ouderen met één of meerdere chronische aandoeningen.
Bron: Trendrapport bewegen en gezondheid 2008/2009 van TNO
Personen met chronische aandoening
- Het percentage personen met een chronische aandoening dat aan de NNGB voldoet, is in de jaren 2000 tot 2009 geleidelijk gestegen van 44% tot 55%.
- Het percentage dat aan de Fitnorm voldoet, laat in de periode 2000 tot 2009 geen duidelijke trend in positieve of negatieve richting zien. De gemiddelde percentages schommelen over de jaren, met een minimum van 12% in 2008 en een maximum van 20% in 2002.
- In de periode 2001-2006 is het percentage personen met een chronische aandoening dat aan de Combinorm voldoet, gestegen van 43% in 2001 tot 61% in 2009
- De mate van inactiviteit van personen met een chronische aandoening blijft vrijwel constant over de jaren en schommelt rond de 12%.
Bron: Trendrapport bewegen en gezondheid 2008/2009 van TNO
Allochtonen
- Autochtone Nederlanders bewegen meer dan niet-westerse migranten en hun nakomelingen, onder andere door hun gemiddeld betere sociaal-economische positie
- Turkse Nederlanders voldoen significant minder vaak aan de NNGB dan autochtone Nederlanders en ander niet-westerse migranten, slechts 18% beweegt voldoende, tegenover 40% van de autochtone bevolking.
- Antilliaanse (35%) en autochtone Nederlanders (40%) voldoen vaker aan de NNGB dan Marokkaanse en Surinaamse Nederlanders (beiden 31%).
Bron: Trendrapport bewegen en gezondheid 2008/2009 van TNO
Werknemers
- In 2000 voldeed nog maar 44% van de werkende bevolking aan de NNGB. In 2009 is dit aantal gestegen naar 67%.
- Het aantal werkenden dat voldoet aan de Fitnorm is gestegen van 23% in 2000 tot 27% in 2009.
- Het percentage werkenden dat aan de Combinorm voldoet stijgt van 54% in 2000 naar 73% in 2009.
- Er is wel een groot verschil in de aard van de werkzaamheden: werknemers met zittend werk voldoen veel minder vaak aan de normen dan de hierboven genoemde gemiddelden.
Bron: Trendrapport bewegen en gezondheid 2008/2009 van TNO



